← Terug naar CountCamp

Schud het

342 pinguïns, elk met een snavel. Is een langere snavel ook een diepere snavel? Links de wolk. Rechts de vraag: hoe ver zou het toeval alleen al komen?

lengte van voor naar achter diepte = hoogte, boven→onder

Even dit, want iedereen struikelt erover: met snaveldiepte bedoelen we de hoogte van de snavel — van boven naar onder, van opzij bekeken. Niet de breedte, en niet de lengte. (Voorlopige schets — hier komt Bens eigen tekening.)

de wolk — snavellengte × snaveldiepte

de geschudde werelden — nulverdeling van r

De muur is nog leeg. Schud een pinguïn-wereld door elkaar en kijk waar r landt.

Schudden knipt de band door: elke pinguïn houdt zijn eigen snavellengte, maar krijgt de snaveldiepte van een wildvreemde. Zo bouw je werelden waarin lengte en diepte niets meer met elkaar te maken hebben — puur toeval. De vraag is: komt dat toeval óóit zo ver als de echte r? Kijk hoe het bergje rond nul hangt, en waar die rode lijn staat.

cor(snavellengte, sample(snaveldiepte))

Eén woord verschil met de echte som: sample(). Dat husselt de diepte-kolom. Doe het duizend keer en je hebt duizend werelden waarin niets samenhangt.

De regressieve ruggengraat · W4 — het schud-blok bij correlatie · speeltje bij de simulatie
Data: Palmer Penguins (Gorman, Williams & Fraser 2014) · Palmer Station LTER · CC0 · 342 pinguïns.