Tweede beweging · Verschillen koppelen
Oefening 3.1 · Correlatie en scatterplot
Samenhang tussen twee variabelen · correlation & scatterplot
In deze oefening
Data bij deze oefening — penguins.csv 342 pinguïns · diamantjes.csv de twaalf steentjes uit het boek · wat elke kolom betekent
prikkel
Teken de wolk en bereken r in SPSS
scatterplot · richting en sterkte · r tussen −1 en +1
Haal de pinguïns binnen en gooi ze in een plaatje. Elke pinguïn één stip: snavellengte op de ene as, snaveldiepte op de andere.
- Analyze → Correlate → Bivariate,
karaatenglansnaar Variables. OK. - Voor de lijn: Analyze → Regression → Linear,
glansals Dependent,karaatals Independent. - Voor het plaatje: Graphs → Chart Builder → Scatter/Dot.
r = .578; de lijn is glans = −1.43 + 32.14 × karaat.
CORRELATIONS VARIABLES=karaat glans.
REGRESSION
/DEPENDENT glans
/METHOD=ENTER karaat.
Karaat en glans hangen samen met r = .578, en de lijn erdoorheen leest glans = −1.43 + 32.14 × karaat. Kwadrateer die correlatie en je hebt R² = .33: een derde van de verschillen loopt langs het gewicht, de rest niet.
Nu jij — bij de pinguïns, die je inmiddels kent. Nieuwe vraag aan bekende beesten: hangt de lengte van een snavel samen met zijn diepte?
- Open
penguins.csvin SPSS: File → Open → Data, en zet het bestandstype op CSV. - Ga naar Analyze → Correlate → Bivariate.
- Sleep
snavellengteensnaveldieptenaar het vak Variables; laat de rest staan. - Zorg dat Pearson aangevinkt staat. Voor de wolk: Graphs → Chart Builder → Scatter/Dot → Simple Scatter, met
snavellengteop de ene as ensnaveldiepteop de andere.
Daar is-ie: een wolk die van linksboven naar rechtsonder hangt, en het getal −0.235 is één cijfer voor “hoe strak kantelt die wolk omláág?”. De schaal loopt van −1 (een perfecte dalende lijn) via 0 (geen rechtlijnig verband) naar +1 (een perfecte stijgende lijn). −.24 is een flauwe daling met veel rommel eromheen — zwak, maar het staat er. Langere snavel, ondiepere snavel. Zegt het getal.
schud het
Is die −.24 echt, of toeval?
schudden · loskoppelen · duizend werelden rond nul
Eerst de vraag die telt: is die −.24 écht, of kan een wolk toevallig zo scheef gaan hangen? We gaan vals spelen. We knippen elke snaveldiepte los van z’n eigen pinguïn en plakken ’m op een willekeurige andere. De lengtes blijven lengtes, de dieptes blijven dieptes — maar wie bij wie hoort, is nu lukraak.
Dát is de hele truc, en het is belangrijk genoeg om even stil bij te staan: door te husselen koppel je de twee metingen los van elkaar. Je haalt met eigen handen weg dat een bepaalde lengte en een bepaalde diepte bij dezelfde pinguïn horen. In zo’n losgekoppelde wereld kán er geen echt verband meer zijn — en dus is elke samenhang die je er tóch nog in meet, per definitie puur toeval. Zat er echte samenhang in de originele data, dan hoort die nu weg te vallen.
En hier moet ik eerlijk zijn: dat schudden is geen knop in SPSS. SPSS rekent één keurige uitkomst uit; het door elkaar husselen en duizend keer opnieuw kijken is speeltje-werk. Dat is geen gemis van jou of van SPSS — het boek doet het bewust zo: de simulatie-ervaring loopt via een schud-speeltje in de browser (of via het R-broertje, waar het drie regels code is).
Kijk naar wat het speeltje je laat zien. Duizend werelden die dansen rond nul — want in elke geschudde wereld is de échte samenhang doorgeknipt, maar toeval laat de r nooit precies op nul landen. Ze kruipen allemaal dicht om nul, zelden verder dan .17 van huis. En dan die rode streep op −.24, buiten het hele bergje. In duizend keer schudden kwam geen enkele geschudde wereld even ver als de echte pinguïns. Dát is wat “geen toeval” betekent — geen p-waarde die je moet geloven, maar een afstand die je zíet. De echte pinguïns weten iets wat de geschudde niet weten.
Dus: de samenhang is echt. Zaak gesloten? Nee. Hier begint het pas.
snap het
Drie soorten in één wolk
confounding · derde speler · omgeklapt teken · r²
De verleiding is nu te schrijven: “bij pinguïns gaat een langere snavel samen met een ondiepere.” Het getal is echt, de zin lijkt te volgen. En toch is-ie mis. Kleur de wolk eens per soort:
- Open opnieuw Graphs → Chart Builder → Scatter/Dot → Simple Scatter en zet
soortop Set color — SPSS kleurt de stippen dan per soort. - Wil je de getallen per soort: Data → Select Cases → If, en typ
soort = "Gentoo". Draai daarna de Bivariate-correlatie opnieuw en lees af: r = +0.643. Herhaal voor de andere twee soorten.
Ineens zie je het. Er zijn drie soorten in die wolk, elk als een eigen kluitje. En binnen elk kluitje loopt de samenhang de andere kant op: langere snavel, juist diepere snavel. Reken maar na — Adélie +.39, Chinstrap +.65, Gentoo +.64. Alle drie positief. Het teken is omgeklapt.
Wat gebeurde er? De Gentoo’s (rechtsonder) hebben lange, ondiepe snavels; de andere twee soorten (linksboven) korte, diepe. Gooi je ze op één hoop, dan trekt dat soortverschil de hele wolk schuin naar beneden — en dáár komt die −.24 vandaan. Niet uit een verband tussen snavellengte en -diepte, maar uit het verschil tússen de soorten. De soort is een derde speler die zich als het verband vermomt. Het boek noemt dat straks confounding; jij zag het hier gebeuren, in de kleuren van een scatterplot.
En dat is de dubbele les van dit blok, mooier dan één van de twee alleen:
- De schud-toets zei: die −.24 is echt, geen toeval.
- De scatterplot zei: echt ja — maar niet wát je denkt. De richting is een luchtspiegeling van de soort.
Echt en waar zijn dus twee verschillende dingen. Een correlatie kan kraakhelder niet-toeval zijn en je tóch de verkeerde kant op wijzen. Daarom lees je r nooit zonder de wolk ernaast — en zeker niet zonder je af te vragen wie er nog meer in die wolk zit. Zou je het in één eerlijke zin moeten opschrijven, dan niet “langere snavels zijn ondieper”, maar: over drie soorten heen hangt de wolk omlaag, maar binnen elke soort omhoog — het min-teken is een soorteffect.
(En dat kleine getal r² dat je weleens ziet — hier .06 — is het “aandeel gedeelde variantie”: van alle verschil in snaveldiepte deelt maar een paar procent iets met snavellengte. Ook dat is geen “verklaring”, alleen boekhouding.)
jouw beurt
Schrijf het op als een onderzoeker
rapportage van een correlatie · APA-notatie
Die ene eerlijke zin over de omhangende wolk had je al. Nu de nette jas eroverheen — net als bij het gemiddelde is dat geen dik handboek maar een boodschappenlijstje in zinsvorm: wat heb je onderzocht, hoeveel dieren, welk getal kwam eruit. Kijk maar:
We onderzochten of snavellengte en snaveldiepte samenhingen. Over alle 342 pinguïns was die samenhang zwak negatief (r = −.24); binnen elk van de drie soorten bleek hij juist positief (r = .39 tot .65).
Let op de kleine lettertjes: alleen het symbool r is cursief, de gewone woorden staan rechtop — juist zó zie je wat er speciaal is aan zo’n letter. En omdat r nooit voorbij de 1 kan, laat APA de nul vóór de punt weg: .87, geen 0.87. De zin staat in de verleden tijd, want je vertelt wat je vónd.
Eén ding lijkt daarmee te botsen, en dat is met opzet. In het kader een paar schermen terug las je bij de Gentoo’s +0.643 — mét nul. Een klikpad citeert je scherm; een rapportagezin volgt APA. SPSS schrijft zijn getallen zoals SPSS dat doet, en zou dit boekje ze onderweg bijschaven, dan kon je niet meer nakijken of jij hetzelfde voor je had. In je eigen zin haal je die nul wél weg, want daar betekent het ontbréken ervan iets: het zegt je lezer meteen dat dit getal niet voorbij de 1 kan komen.
Jouw beurt: schrijf zelf zo’n zin voor de vinlengte en het gewicht uit de taak hierboven (r = .87, en binnen de soorten .47 tot .70). Benoem de 342 pinguïns en beide variabelen — de zin moet op eigen benen kunnen staan, ook voor iemand die dit blok nooit las.
◠ Zelfde vorm in het boek
Hier: één getal voor de samenhang, en de wolk die verklapt wat het getal verzwijgt.
In het boek: W4 — Hangen ze samen?
Daar begint het bij de wolk, niet bij het getal — en de rechte lijn komt pas als je hebt gezien wie er allemaal in de wolk zitten.
Voetnoten
Palmer Penguins — Gorman, Williams & Fraser (2014), Palmer Station Antarctica LTER; via het R-pakket
palmerpenguins(CC0). Alle getallen in dit blok zijn op die échte data nagerekend.↩︎