Het register
Het register
Dit is de snelle ingang: geen uitleg, alleen waar je moet zijn. Je ziet een teken in een artikel, je zoekt het hier op, je springt naar het blok. De parkeerkaart voorin vertelt wát ze betekenen; dit register vertelt wáár ze wonen.
Twee soorten adres staan in de rechterkolom. Een W-nummer is een eenheid van het boek; een aanklikbare naam is een blad van dit oefenboek. En de maten die geen blok voor zichzelf hebben — de zes bij een geteld ja/nee, en Hedges’ g — wonen op De effectmatenkaart: daar staan ze naast elkaar, en van daaruit word je per maat doorverwezen naar het blok waar hij wordt uitgewerkt.
Griekse letters
| Teken | Naam (NL / EN) | Adres |
|---|---|---|
| α | alfa, significantiegrens / alpha, significance level | W7 — Hoe beslis je? |
| α | Cronbachs alfa, betrouwbaarheid / Cronbach’s alpha | W5 — Deugt je vragenlijst? |
| β | gestandaardiseerde regressiecoëfficiënt / standardized regression coefficient | W4 — Hangen ze samen? (één voorspeller) en W8 — Meer dan één verschil |
| χ² | chi-kwadraat / chi-square | S2 — Tellen en kruistabellen |
| η², partiële η² | eta-kwadraat, effectgrootte bij een ANOVA / eta squared | W9 — Groepen zijn ook getallen · ANOVA en η² |
Let op de dubbele α: zelfde letter, twee dingen. Staat er een grens bij een toets (α = .05), dan zit je in W7; staat de α bij een vragenlijst in de methodesectie (Cronbach’s α = .89), dan is het betrouwbaarheid en zit je in W5.
Latijnse letters
| Teken | Naam (NL / EN) | Adres |
|---|---|---|
| M | gemiddelde / mean | W1 — Gemiddelde en spreiding |
| SD | standaardafwijking / standard deviation | W1 — Gemiddelde en spreiding |
| SE | standaardfout / standard error | W3 — Van steekproef naar populatie · Standaardfout en non-respons |
| N, n | steekproefomvang (hele steekproef, deelgroep) / sample size | W3 — Van steekproef naar populatie |
| p | p-waarde / p value | W6 — Bestaat het verschil echt? |
| r | correlatie / correlation | W4 — Hangen ze samen? |
| V | Cramérs V, sterkte van samenhang in een kruistabel / Cramér’s V | S2 — Tellen en kruistabellen · De kruistabel en χ² |
| b1 (in artikelen vaak b of B) | ongestandaardiseerde regressiecoëfficiënt, de helling / unstandardized regression coefficient | W4 — Hangen ze samen? (één voorspeller) en W8 — Meer dan één verschil |
| b0 (in veel leerboeken a) | intercept, snijpunt met de as / intercept, constant | W4 — Hangen ze samen? |
| R², r² | verklaarde variantie / explained variance, R squared | W4 — Hangen ze samen? en W8 — Meer dan één verschil |
| t | t-toets / t-test | W6 — Bestaat het verschil echt? |
| F | F-toets bij een ANOVA / F test | W9 — Groepen zijn ook getallen · ANOVA en η² |
| U | Mann-Whitney U / Mann-Whitney U | S3 — Als de verdeling niet meewerkt · De Mann-Whitney-toets |
| d | Cohens d, effectgrootte / Cohens d, effect size | W4 — Hangen ze samen? (de familie) en W9 — Groepen zijn ook getallen (d zelf) |
| g | Hedges’ g, een Cohens d met kleine-steekproefcorrectie / Hedges’ g | De effectmatenkaart — lees hem als een d |
Let op de dubbele t: zelfde letter, twee plekken. Staat de t op zichzelf, tussen twee gemiddelden (t(48) = 2.14), dan zit je in W6. Staat hij in een regressietabel, in een rij mét een b en een β (t(934) = 7.87), dan is het dezelfde soort toets maar op een helling, en zit je in W4 of W8.
Intervallen
| Teken | Naam (NL / EN) | Adres |
|---|---|---|
| 95% CI, BI | betrouwbaarheidsinterval / confidence interval | W6 — Bestaat het verschil echt? |
Maten bij een geteld ja/nee
| Teken | Naam (NL / EN) | Adres |
|---|---|---|
| AR | absoluut risico / absolute risk | De effectmatenkaart |
| RV, ARR | risicoverschil / risk difference, absolute risk reduction | De effectmatenkaart |
| NNT | number needed to treat | De effectmatenkaart |
| RR | relatief risico / risk ratio, relative risk | De effectmatenkaart |
| RRR, RRI | relatieve risicoreductie, of relatieve toename bij een gewenste uitkomst / relative risk reduction / increase | De effectmatenkaart |
| OR | odds ratio / odds ratio | W12 — En hij buigt · De effectmatenkaart |
Waarom deze zes één adres delen: ze komen alle zes uit dezelfde vier hokjes van één kruistabel, en ze klinken totaal verschillend. Op de kaart staan ze naast elkaar, met per maat het blok waar hij wordt uitgewerkt.
En let op de NNT: die hoort bij een interventie — iets wat je doet. Het risicoverschil hoort bij elke twee groepen. Uit een onderzoek waarin niemand behandeld is, valt dus wel een risicoverschil te halen en geen NNT.
Woorden zonder teken
| Teken | Naam (NL / EN) | Adres |
|---|---|---|
| outcome (measure) | uitkomstmaat / outcome measure | W0 — Waar kijk je naar? |
| significant | significant (de p kwam onder α) / statistically significant | W7 — Hoe beslis je? |