Eerste beweging · Verschil onder de loep

Oefening 0.0 · Installeren & instellen

JASP klaarzetten · setup

Misschien heb je nog nooit een statistiekprogramma opengedaan. Dan begint dit oefenboek precies goed, want dat is waar iedereen ooit begon: met een leeg scherm en een lichte twijfel of dit wel voor jou is. Het is voor jou. We doen één download en één rondje door het venster, rustig, en daarna sta je klaar. Geen wiskunde nog, geen knoppen die je moet onthouden — alleen even kennismaken met de plek waar we de komende oefeningen gaan werken.

De plek heet JASP. Het is een programma dat statistiek voor je uitrekent, gemaakt op de universiteit van Amsterdam, en het is helemaal gratis — geen proefperiode, geen account, geen betaalmuur die na een maand tevoorschijn komt. Je installeert het één keer en dan is het van jou.

JASP ophalen en installeren

Ga naar jasp-stats.org/download. Je ziet een pagina met een grote knop en een keuze tussen besturingssystemen. Kies de jouwe:

  • Mac — download het bestand (het eindigt op .dmg), dubbelklik erop, en sleep het JASP-icoon naar je map Programma’s (Applications). Klaar. De eerste keer dat je JASP opent vraagt de Mac misschien of je het écht wilt openen omdat het van internet komt — dat mag je met een gerust hart bevestigen.
  • Windows — download het installatiebestand (het eindigt op .msi), dubbelklik, en klik je door het installatievenster heen (steeds gewoon Volgende / Next). Na afloop staat JASP in je startmenu.

Meer is het niet. Open JASP nu een keer. Je ziet een grotendeels leeg venster met bovenin een balk vol knoppen. Even schrikken misschien, maar het valt reuze mee — het zijn maar drie plekken die ertoe doen, en die lopen we nu samen langs.

Een rondje door het venster

Het JASP-venster. (Voorlopige schets — komt later een echte screenshot voor in de plaats.)

Drie plekken, meer heb je om te beginnen niet nodig. Van links naar rechts:

  • Linksboven: het hamburgermenu ≡ — hier open je je data. Die drie streepjes op elkaar zijn je toegang tot je bestanden. Klik erop, kies Open → Computer, en zoek het databestand op dat bij een oefening hoort (bij ons steeds een .csv-bestandje dat je downloadt). JASP zet je gegevens dan meteen netjes als tabel neer: elke kolom een variabele, elke rij een geval.
  • Bovenin: het lint — hier kies je een analyse. De balk met knoppen — Descriptives, T-Tests, ANOVA, Regression, Frequencies — is het menu van alles wat JASP kan uitrekenen. Je klikt op de knop die bij je vraag hoort, en er klapt een paneel open waarin je je variabelen naar de goede vakjes sleept. In elke oefening wijs ik je precies naar de knop die je nodig hebt, dus je hoeft nu niks te onthouden.
  • Rechts: het resultatenpaneel — hier verschijnen je uitkomsten. Zodra je een variabele naar het goede vak sleept, rekent JASP live mee en zet de tabel of grafiek meteen rechts neer. Geen “berekenen”-knop, geen wachten: je ziet je antwoord terwijl je klikt. Verander je iets aan de linkerkant, dan verspringt de uitkomst rechts vanzelf.

Nog één ding om te herkennen: boven elke kolom in je datatabel staat een klein icoontje. Dat vertelt je het meetniveau van die kolom — of het losse categorieën zijn (nominaal), een volgorde (ordinaal), of getallen waarmee je echt rekent (schaal). Klopt zo’n icoontje een keer niet, dan klik je erop en kies je het juiste. We komen er in de oefeningen op terug; voor nu is het genoeg dat je weet dát ze er zijn en wat ze betekenen.

Eén kleine instelling

Let op één afspraak met getallen: het decimaalteken is een punt, geen komma. Dus 5.03, niet 5,03. De databestanden bij dit oefenboek gebruiken allemaal punten, dus als je die opent komt het vanzelf goed — maar mocht je ooit zelf een getal intikken, denk dan aan de punt.

En nu?

Dat was het klaarzetten. JASP staat, het venster heeft geen geheimen meer, en je hebt nog geen enkele som hoeven maken. Precies zoals het hoort.

Nu JASP klaarstaat, kijken we in de volgende oefening eerst eens rustig naar échte data — nog niks berekenen, alleen kijken wat data eigenlijk zijn. Op naar Oefening 0.1.