Hoofdstuk 6 · Het betrouwbaarheidsinterval

Hoe zeker is je schatting · confidence interval

De prikkel

Dertig potten in een kas, dertig dezelfde plantjes.1 Tien kregen gewoon water, tien kregen plantenvoer één, tien plantenvoer twee. En toen — dit is het onsentimentele deel — werden alle dertig geknipt, gedroogd en gewogen. Droog, want nat gewicht is vooral water, en water zegt niks over groeien.

De controle-potten laten we vandaag even links staan; het gaat ons om de twee soorten voer. Voer één: gemiddeld 4.66 gram droge plant. Voer twee: 5.53 gram. Verschil: 0.87 gram, in het voordeel van voer twee.

En nu níét de vraag die je verwacht. Niet “is er verschil, ja of nee” — dat is de bijvraag. De echte vraag is: hoe zeker is die 0.87? Er stonden maar tien potten per groep. Had de kweker tien ándere potten gepakt, was het dan 0.9 geweest? 0.5? Nul komma niks? Een getal uit een steekproef is een schatting, en een schatting zonder onzekerheids-bandje eromheen is een mening met cijfers. Dat bandje gaan we maken.

Speel het

⬇ Download de data — plantgroei.csv

Haal de potten binnen, pak de twee voer-groepen eruit, en laat SPSS het verschil uitrekenen — mét het bandje erbij.

OpmerkingIn SPSS · trek eraan
  1. Open plantgroei.csv in SPSS: File → Open → Data, bestandstype CSV.
  2. Ga naar Analyze → Compare Means → Independent-Samples T Test.
  3. Zet gewicht bij Test Variable(s) en groep bij Grouping Variable.
  4. Klik Define Groups en typ als de twee groepen behandeling1 en behandeling2 — zo doen de tien controle-potten vanzelf niet mee.
  5. Onder Options staat het CI-niveau (laat op 95% staan).
  6. Lees in de output de rij Equal variances not assumed (de Welch-variant, die niet eist dat beide groepen precies even wild spreiden).

Rechts staat nu de hele oogst. De Group Statistics: 4.66 gram voor voer één, 5.53 voor voer twee. De Mean Difference: −0.87 — mín, want SPSS rekent voer één mín voer twee, en voer twee is zwaarder. Niks engs, gewoon de rekenvolgorde.

En dan de kolommen waar dit blok om draait: 95% CI for Mean Difference, van −1.48 tot −0.25. Dat is het betrouwbaarheidsinterval / confidence interval: niet één schatting maar een héle reeks — alle waarden voor het echte verschil die goed bij deze data passen. Eerste kijkvraag, altijd: zit de 0 erin? Kijk zelf: van −1.48 tot −0.25, en nul valt erbuiten. “Geen verschil” past dus níét bij deze potten. Maar waar komt zo’n bandje eigenlijk vandaan?

Schud het

In andere blokken schudden we: band doorknippen, kijken of het verschil wegvalt. Vandaag hoort er een andere beweging bij — opnieuw trekken. Je hebt maar één steekproef, en je zou willen weten wat er gebeurd was met een ándere. Nieuwe potten kweken duurt weken, maar er is een brutale sluiproute: doe alsof je eigen data de kas is. Trek uit je tien potten opnieuw tien potten, mét teruglegging — sommige potten kom je dubbel tegen, andere sla je net over. Duizend keer, en elke keer het verschil opnieuw uitrekenen. Dit heet de bootstrap / bootstrap.

En hier moet ik eerlijk zijn: dat trekken is geen knop in SPSS. SPSS geeft je het keurige eindresultaat; het duizend keer opnieuw trekken is code- of speeltje-werk. Geen gemis — het boek doet het bewust zo: de ervaring loopt via een bootstrap-speeltje in de browser (of via het R-broertje, waar het een handvol regels is).

Wat je daar ziet: duizend werelden die dansen rond je schatting — niet rond nul, zoals bij het schudden, maar rond −0.87, want elke wereld is uit jóúw data getrokken en draagt het verschil in zich mee. De middelste 95% van die dans loopt van −1.39 tot −0.29 — op wat afronding na hetzelfde bandje dat SPSS je net gaf. Het betrouwbaarheidsinterval ís de dans; de formule achter SPSS’ kolommen is alleen de snelweg ernaartoe. En de nul staat er búíten: 999 van de 1000 werelden landen onder nul, één verdwaalde er net overheen. Zit nul buiten de dans, dan is het verschil er echt.

Snap het

Wat zegt dat interval nou eigenlijk? Dit: het echte verschil tussen de twee voeren — dat van álle mogelijke potten, niet alleen deze dertig — kan van alles zijn tussen een kwart gram en bijna anderhalve gram. Dat is eerlijk: het verschil is echt (nul doet niet mee), maar over hoe gróót het is, zijn deze data nog behoorlijk ruimhartig. En zie je meteen waarom het interval rijker is dan de toets: t = −3.01, p = .009 zegt alleen “niet nul”. Het interval zegt “niet nul, én ergens tussen klein en fors”. Daarom kijken we schattend eerst naar het interval; de toets is de bijvraag die er al in zit.

Nu de zin die íédereen opschrijft en die tóch fout is: “er is 95% kans dat het echte verschil tussen −1.48 en −0.25 ligt.” Klinkt redelijk. Klopt niet. Het echte verschil is geen kansspel — het ligt al ergens vast, wij weten alleen niet waar. En dít interval staat ook al vast: het vangt het echte verschil, of het mist het. Daar valt niks meer aan te verloten. De 95% gaat over de methode: doe het hele ritueel — steekproef, interval — honderd keer, en ongeveer 95 van die honderd intervallen vangen de echte waarde. Denk aan een visser met een net dat 95 van de 100 worpen raak is. Over déze ene worp kan hij maar één ding zeggen: het net komt uit een goede familie. De duizend werelden in het speeltje laten precies dat zien — élke nieuwe trekking een iets ander interval, en het vertrouwen zit in de hele dans, niet in één wereld.

Nog één blik, op de breedte. Breed interval = onzekere schatting; smal interval = precieze. Dit interval is aan de brede kant — logisch, tien potten per groep is een handjevol. Wil je het smaller? Meer potten. De vraag “hoe groot is het effect, en hoe precies weten we dat?” is bijna altijd interessanter dan “significant, ja of nee” — en het interval beantwoordt ze allebei in één regel.

Zelfde vorm in het boek

Hier: één verschil van 0.87 gram, en een bandje eromheen dat vertelt hoe stevig dat getal staat.

In het boek: W6 — Bestaat het verschil echt?

Daar komt het interval vóór de toets — eerst hoe groot en hoe precies, en dan pas de bijvraag of nul nog mee mag doen.

BESLIST (Ben, 24-7): simulatie kan JASP niet zelf → speeltje + hop. Het bootstrap-speeltje (werknaam boek/04_speeltjes/w6_trek_interval.html) wordt het thuis van de trekking; dit blok verwijst ernaar (of naar het R-broertje). Nog te doen: echte link inwiren zodra de speeltjes-plek definitief is. Let op klikpad stap 5: Welch moet aan, anders geeft JASP (Student) [−1.47, −0.26] in plaats van de hier gebruikte [−1.48, −0.25]. W6-anker checken zodra dat boek-hoofdstuk staat. Bootstrap-getallen (−1.39/−0.29, 999 van 1000 onder nul) nagerekend in R met set.seed(42) — zie de R-tweeling.

Voetnoten

  1. PlantGrowth — Dobson (1983), An Introduction to Statistical Modelling; het klassieke groei-experiment dat met R wordt meegeleverd (datasets::PlantGrowth). Alle getallen in dit blok zijn op die échte data nagerekend.↩︎