Thema 3 · Discrete kansvariabelen
Deel 1 — Beschrijven · het gewogen gemiddelde
Een dobbelspel in het bos
De kraai heeft een gokspel opgezet. Je gooit met een dobbelsteen, en hij heeft ’m stiekem onzuiver én raar gemaakt: de ogen zijn priemgetallen (2, 3, 5, 7, 11, 13), en de lage vallen vaker dan de hoge. De kansen liggen dus vast — en als de kansen vastliggen, kunnen we van tevoren uitrekenen wat er gemiddeld gebeurt. Dat is dit korte thema: rekenen aan een discrete kansvariabele.
De kraaiendobbelsteen, = aantal ogen:
| oog | kans | |
|---|---|---|
| 1 | 2 | ,20 |
| 2 | 3 | ,20 |
| 3 | 5 | ,20 |
| 4 | 7 | ,20 |
| 5 | 11 | ,10 |
| 6 | 13 | ,10 |
| 1,00 |
Let op de twee linkerkolommen: de index (1 t/m 6) nummert gewoon de rijen, de ogen (2, 3, 5, 7, 11, 13) zijn de echte waarden. Handig dat ze niet op elkaar lijken — bij een gewone 1-t/m-6-steen zou je ze zo door elkaar halen.
De verwachtingswaarde = een gewogen gemiddelde
Wat is de gemiddelde uitkomst? Niet gewoon — want de lage ogen tellen zwaarder mee, die vallen vaker. Je moet elke waarde wegen met zijn kans. Dat is de verwachtingswaarde:
Dit is precies hetzelfde idee als het gewone gemiddelde (thema 1) en het gemiddelde uit een frequentietabel (thema 2) — alleen weeg je nu met kansen in plaats van frequenties.
| 1 | 2 | ,20 | 0,40 | |
| 2 | 3 | ,20 | 0,60 | |
| 3 | 5 | ,20 | 1,00 | |
| 4 | 7 | ,20 | 1,40 | |
| 5 | 11 | ,10 | 1,10 | |
| 6 | 13 | ,10 | 1,30 | |
Dus . Kun je een 5,8 gooien? Nee — die zit netjes tussen de ogen in. Maar het is wél de verwachting — het gemiddelde als je oneindig vaak zou gooien.
De variantie van een kansvariabele
Dezelfde gedachte als in thema 1 (de blauwe vierkantjes), maar weer gewogen met de kans. We hebben geen echte worpen meer nodig: de kans zelf vertelt hoe zwaar elke afwijking meetelt.
(De rechterkolom van de tabel hierboven, opgeteld.)
De kraai verandert de regels (lineaire transformatie)
De kraai zegt: je betaalt €10 inleg, en krijgt €5 per geworpen oog terug. Je winst is dan — een lineaire transformatie (, ). Wat is je verwachte winst en de spreiding?
- Gemiddelde schuift én schaalt mee: . (Verwachte winst €19 — de kraai heeft écht belabberd gerekend.)
- Variantie: .
- Standaardafwijking: ( , klopt).
Oefenen
Tot slot
Niks nieuws onder de zon: een kansvariabele reken je precies zoals een gewone groep, alleen weeg je nu met kansen in plaats van met frequenties. Een 5,8 kun je niet gooien en €19 winst krijg je nooit netjes uitbetaald — en tóch zijn dat de getallen waar je op moet rekenen, want het is wat er op de lange duur uit komt rollen.
Hou vooral dat ene regeltje vast: bij een lineaire transformatie krijgt de variantie een , geen . Dat lijkt nu een mug die ik zit te ziften, maar het is geen detail. Het is straks de hele reden dat een gemiddelde minder spreidt dan losse scores — de motor onder de standaardfout. Hier leg je ’m alvast neer.
Oefenboek OZP 1 · Thema 3, versie 0.1 (handrekenen & theorie).