Thema 10 · Power
Deel 5 — Toetsen · hoe scherp kijkt mijn toets?
Power = onderscheidingsvermogen
In de natuurkunde is power vermogen: energie per seconde, gemeten in Watt of paardenkracht. In de statistiek is het ook een soort vermogen — maar dan het onderscheidingsvermogen van je toets: het vermogen om licht te laten schijnen op het verschil tussen twee hypothesen. Hoe goed kan je toets een echt effect ook echt zien?
Tot nu toe vroeg je alleen: verwerp ik \(H_0\)? Maar er is een eerlijker, ongemakkelijker vraag. Stel je hóópt op een effect — egels zijn pienter, je interventie werkt. Hoe groot is dan eigenlijk de kans dat je toets dat oppikt áls het echt zo is? Of, scherper: hoe groot is de kans dat je gaat beslissen wat je zo graag wílt bewijzen — terecht? Dát is de power.
Formeel is power het tegenovergestelde van de type-II-fout (\(\beta\), het misser-tarief uit thema 8):
\[\text{power} = 1 - \beta\]
Een toets met lage power ziet effecten over het hoofd, ook als ze er wél zijn (veel missers). Een toets met hoge power ziet ze. En let op: één toets heeft niet één vaste power — die hangt af van hóé groot het echte effect is, zoals je zo gaat zien.
Twee werelden: God en Allah
In thema 8 beloofde ik een tweede berg — hier is-ie. Power begrijp je het beste door twee werelden tegelijk op dezelfde getallenlijn te tekenen:
- De God-wereld — \(H_0\) klopt, egels zijn gewoon \(\mu_0 = 100\). Hier maakten we in thema 8 onze toets.
- De Allah-wereld — \(H_1\) klopt, egels zijn écht pienterder, zeg \(\mu_A = 110\). Een andere waarheid, dezelfde getallenlijn.
Twee waarheden die niet allebei waar kunnen zijn. Beide hebben hun eigen steekproevenverdeling (met dezelfde standaardfout \(\sigma_{\bar{x}} = 3\)), dus hun eigen berg. En dwars door beide loopt één grens: de kritieke waarde \(\bar{x}_c = 104{,}94\) die we in de God-wereld maakten — want dáár bepaalt \(\alpha\) hem. Let op die asymmetrie: de grens máák je in de ene wereld, maar je legt ’m óók over de andere om te zien hoeveel je vangt.
Onze egels uit thema 8 (\(\sigma_x = 15\), \(n = 25\), \(\mu_0 = 100\), \(\alpha = .05\) eenzijdig). Stel de echte populatie-pienterheid is \(\mu_A = 110\). Met \(\sigma_{\bar{x}} = 3\) en \(\bar{x}_c = 104{,}94\) ziet dat er zo uit:
De beslis-tabel: lees eerst de namen
Diezelfde vier kansen passen in een 2×2. Maar pas op — een 2×2 is alleen nuttig als je weet wát er op de rijen en wát op de kolommen staat. Wij zetten de werkelijkheid op de rijen (welke wereld is waar — dat is het gegeven waarop je conditioneert) en de beslissing op de kolommen (wat je toets ervan maakt):
| werkelijkheid ↓ · beslissing → | niet verwerpen (niet-significant) | verwerp \(H_0\) (significant) |
|---|---|---|
| \(H_0\) waar — God (\(\mu = 100\)) | terecht behouden · \(1-\alpha\) | type-I-fout · \(\alpha\) |
| \(H_1\) waar — Allah (\(\mu = 110\)) | type-II-fout · \(\beta\) | terecht vangen — power · \(1-\beta\) |
De power uitrekenen — zelfde fietsje, andere berg
Je hoeft hier niets nieuws te leren. Power is gewoon de richtings-engine uit thema 8 — \(p \to z \to x\) — alleen reken je nu in de Allah-berg in plaats van de God-berg. De vraag: hoe vaak valt \(\bar{x}\) bóven de grens \(\bar{x}_c\), als het echte centrum \(\mu_A = 110\) is? Standaardiseer die grens in de Allah-wereld:
\[z_{\text{power}} = \frac{\bar{x}_c - \mu_A}{\sigma_{\bar{x}}} = \frac{104{,}94 - 110}{3} = -1{,}687\]
\[\text{power} = P(Z > -1{,}687) \approx {,}954\]
Dus bij \(\mu_A = 110\) vangen we het effect in zo’n 95% van de steekproeven. De misser-kans \(\beta = 1 - {,}954 = {,}046\). Zelfde lineaaltje (\(\sigma_{\bar{x}}\)), zelfde beweging — andere berg.
Wat maakt power groter?
Vier knoppen — en in de figuur zie je telkens precies wat er met de twee bergen gebeurt:
- Grotere \(n\) → kleinere \(\sigma_{\bar{x}}\) → de bergen worden smaller → minder overlap → meer power. (De duurste knop in onderzoek: meer deelnemers werven.)
- Groter effect (\(\mu_A - \mu_0\)) → de bergen schuiven verder uit elkaar → meer power. (Vaak niet direct jouw keuze: de werkelijkheid bepaalt grotendeels hoe groot het effect is — al kun je ’m soms vergroten met een sterkere interventie of een betere meting.)
- Grotere \(\alpha\) → \(\bar{x}_c\) schuift naar links → minder \(\beta\), meer power. (Maar je accepteert ook meer vals alarm — een afruil.)
- Kleinere \(\sigma_x\) → kleinere \(\sigma_{\bar{x}}\) → smallere bergen → meer power. (Vaak buiten je controle; soms te krimpen door betere meting.)
Eén- of tweezijdig — power kost een tikje bij tweezijdig
Onze egel-toets was eenzijdig (\(H_1: \mu > 100\)): alle \(\alpha\) in de rechterstaart, grens \(\bar{x}_c = 104{,}94\). Toets je tweezijdig (\(H_1: \mu \neq 100\)), dan splits je \(\alpha\) over twee staarten (\(z^* = 1{,}96\)) en schuift de rechtergrens naar \(\bar{x}_c = 100 + 1{,}96 \cdot 3 = 105{,}88\). Diezelfde Allah-berg (\(\mu_A = 110\)) vang je dan:
\[z = \frac{105{,}88 - 110}{3} = -1{,}37 \quad\Rightarrow\quad \text{power} = P(Z > -1{,}37) \approx {,}915\]
Iets lager dan de eenzijdige \({,}954\). Logisch: bij tweezijdig reserveer je ook \(\alpha\) voor de línkerstaart — waar bij een echt-pienter-effect tóch niets zit. Die halve \(\alpha\) is “verspild”, en dat kost een beetje power. Eenzijdig toetsen heeft dus iets meer power — je stopt er meer informatie in (je zegt vooraf welke kant op). Maar alleen als je die richting eerlijk kunt onderbouwen (thema 8).
Speel zelf — Nerd Power
Schuif aan de drie knoppen en kijk wat er met de twee bergen, \(\alpha\), \(\beta\) en de power gebeurt. Vast: \(\mu_0 = 100\), \(\sigma_x = 15\). Boven de getallenlijn de God-wereld met het oranje \(\alpha\)-staartje; eronder de Allah-wereld met het groene power-vlak en het paarse \(\beta\)-vlak. De gestreepte lijn is de kritieke waarde \(\bar{x}_c\), in de God-wereld bepaald en doorgetrokken naar de Allah-wereld. (Werkt in de online/HTML-versie van het werkboek.)
De drie knoppen: N = steekproefgrootte · α = significantieniveau (rechtszijdig) · μₐ = het echte gemiddelde als \(H_1\) klopt.
Een lage-power voorbeeld
Stel je hebt maar \(n = 9\) egels in plaats van 25. Dan \(\sigma_{\bar{x}} = 15/\sqrt{9} = 5\) en \(\bar{x}_c = 100 + 1{,}645 \cdot 5 = 108{,}23\). Power bij \(\mu_A = 110\):
\[z = \dfrac{108{,}23 - 110}{5} = -0{,}354 \quad\Rightarrow\quad \text{power} = P(Z > -0{,}354) \approx {,}638\]
Slechts 64% — je mist het effect in ruim 1 op de 3 onderzoeken. Dat is de prijs van een kleine steekproef. (En een klein effect maakt het nóg erger.) Let op wat dit betekent: een níét-significant resultaat is hier nauwelijks geruststellend — misschien was je toets gewoon te blind om het effect te zien.
Oefenen
Wat blijft liggen
Wij rekenen met bekende \(\sigma\). In de praktijk doe je vooraf een power-analyse met een geschatte effectgrootte (Cohens \(d\)) en gebruik je software (G*Power, R-pakket pwr). De gedachte — twee werelden, een grens ertussen, vier kansen — blijft exact hetzelfde.
Tot slot
Tot nu toe vroeg je alleen: verwerp ik? Power draait dat om naar de vraag die er minstens zo toe doet — als er écht een effect was, had ik het dan gezien? Een toets met negen egels is gewoon halfblind: vindt hij niks, dan zegt dat eerder iets over die blinde toets dan over de wereld. Dát is onderscheidingsvermogen: niet of je toevallig iets vond, maar hoe scherp je toets eigenlijk kón kijken. Vond je niks? Kijk dan eerst even hoe scherp die bril was vóór je opgelucht ademhaalt. Absence of evidence is not evidence of absence — en in die twee bergen, met die ene grens ertussen, zie je precies waaróm.
Werkboek OZP 1 · Thema 10, versie 0.2 (handrekenen & theorie). Doorlopend voorbeeld: de egels.