Woordenlijst

De kernbegrippen — met een klik naar de plek waar ze worden uitgelegd

Alfabetische lijst van de belangrijkste begrippen uit dit werkboek. Achter elk begrip staat een korte omschrijving en een pijl naar het thema en de sectie waar je het uitgelegd vindt — klik erop en je springt er meteen heen. In de hoofdstukken zelf zijn veel van deze begrippen ook klikbaar (je herkent ze aan het stippellijntje): klik, en je belandt hier.

Proefversie — de lijst groeit nog. Klopt een omschrijving niet, of mist er een begrip? Laat het weten via vragen@countcamp.org.


Alternatieve hypothese (\(H_1\))
wat je vermoedt dat er wél aan de hand is — de tegenhanger van de nulhypothese. → T8 · H₀, H₁ en de bakker
Betrouwbaarheidsinterval
een bereik rond je steekproefgemiddelde waarvan je redelijk zeker bent dat de echte waarde erin ligt. → T7 · Het betrouwbaarheidsinterval
Chi-kwadraat (\(\chi^2\))
toets voor categorische data: vergelijkt geobserveerde met verwachte aantallen onder \(H_0\). → T11 · Chi-kwadraat goodness-of-fit
Correlatie (Pearson \(r\))
gestandaardiseerde maat voor lineaire samenhang tussen twee variabelen, van −1 tot +1. → T5 · Ruw is ruk → de Pearson-correlatie
Covariantie (\(s_{xy}\))
gezamenlijke afwijking van twee variabelen in één getal — de motor onder correlatie en regressie. → T5 · Covariantie: samen afwijken
Foutenmarge (\(M\))
de halve breedte van een betrouwbaarheidsinterval: \(M = z^* \cdot SE\). → T7 · Foutenmarge en steekproefgrootte
Gemiddelde (\(\bar{y}\))
som van alle waarden gedeeld door hun aantal; je beste gok zonder verdere informatie. → T1 · Het gemiddelde
Helling (\(b_1\))
hoeveel \(y\) verandert per stap in \(x\) — de richtingscoëfficiënt van de regressielijn. → T6 · De lijn berekenen
Intercept (\(b_0\))
de (rekenkundige) startwaarde van de regressielijn, waar \(x = 0\). → T6 · De lijn berekenen
Kritieke waarde (\(z^*\), \(t^*\))
de grens waarboven je \(H_0\) verwerpt; bepaald door \(\alpha\) en de verdeling. → T8 · De kritieke waarde
Kwadratensom
de som van de gekwadrateerde afwijkingen — de bouwsteen onder variantie. → T1 · Van streepjes naar vierkantjes
Mediaan
de middelste waarde van een geordende rij; ongevoelig voor uitschieters. → T2 · Centrum: modus, mediaan, gemiddelde
Nulhypothese (\(H_0\))
de aanname dat er niets aan de hand is; dát is wat je toetst. → T8 · H₀, H₁ en de bakker
Power (onderscheidingsvermogen)
de kans dat je een echt effect ook echt vangt: \(1 - \beta\). → T10 · Power = onderscheidingsvermogen
p-waarde (\(p\))
de kans op “dit of nog extremer”, gegeven dat \(H_0\) waar is. → T8 · Methode 1: de p-waarde
Regressie
één variabele voorspellen uit een andere — de wolk terugbrengen tot een lijn. → T6 · Van dubbele pijl naar enkele pijl
Regressielijn (\(\hat{y} = b_0 + b_1 x\))
de best passende lijn door de puntenwolk. → T6 · De regressielijn
Residu (\(e = y - \hat{y}\))
wat het model mist: het verschil tussen de geobserveerde en de voorspelde waarde. → T6 · Voorspellen en residuen
R² (verklaarde variantie) (\(R^2\))
het deel van de variatie in \(y\) dat het model vangt. → T6 · Hoe goed past het model?
Significantieniveau (\(\alpha\))
het vooraf afgesproken risico op een type-I-fout (vaak .05). → T8 · α = hoeveel vals alarm je accepteert
Simpson’s paradox
een globaal verband dat omkeert binnen subgroepen; aggregeren verbergt de richting. → T11 · De val van Simpson
Standaardafwijking (\(s\), \(\sigma\))
de wortel van de variantie; de typische gokfout, in de eigen eenheden. → T1 · Variantie en standaardafwijking
Standaardfout (\(\sigma_{\bar{x}}\))
de spreiding van het steekproefgemiddelde: \(\sigma_x / \sqrt{n}\). → T7 · De standaardfout
Standaardiseren / z-score (\(z\))
een score uitdrukken in het aantal standaardafwijkingen van het gemiddelde. → T3 · z = het aantal lineaaltjes
Steekproevenverdeling
de verdeling van het steekproefgemiddelde over heel veel mogelijke steekproeven. → T7 · Drie verdelingen
SST · SSM · SSE
de totale, verklaarde en overgebleven kwadratensom: \(\text{SST} = \text{SSM} + \text{SSE}\) (DATA = FIT + RESIDU, opgeteld). → T6 · DATA = FIT + RESIDU
t-toets
de toets als \(\sigma\) onbekend is: je schat de standaardfout en gebruikt de \(t\)-verdeling. → T9 · Van z naar t
t-verdeling
lijkt op de normaalverdeling maar met dikkere staarten; valt bij grote \(df\) samen met \(z\). → T9 · De t-verdeling
Type-I-fout · Type-II-fout (\(\alpha\), \(\beta\))
een ware \(H_0\) verwerpen (vals alarm, kans \(\alpha\)), of een onware \(H_0\) niet verwerpen (gemiste vondst, kans \(\beta\)). → T8 · Beslissing ≠ werkelijkheid
Variantie (\(s^2\), \(\sigma^2\))
de gemiddelde gekwadrateerde afwijking; spreiding in kwadraten. → T1 · Variantie en standaardafwijking
Verwachtingswaarde (\(E(X)\))
het gewogen gemiddelde van een kansvariabele, met de kansen als gewichten. → T4 · De verwachtingswaarde
Vrijheidsgraden (\(df\))
het aantal vrij in te vullen waarden; \(n-1\) bij de variantie, \((r-1)(c-1)\) bij de kruistabel. → T1 · Waarom delen door n−1
z-tabel
vertaalt een \(z\)-score naar een kans (en omgekeerd). → T3 · De z-tabel · Bijlage · Tabellen
z-toets
de toets als \(\sigma\) bekend is; je standaardiseert en zoekt de kans op met \(z\). → T8 · De snelle weg
Terug naar boven