De regressieve ruggengraat

Statistiek leren voelen, onderzoek leren lezen

Een statistiek-leerboek — van verschil en gemiddelde tot correlatie, multipele lineaire regressie en logistische regressie, in gewone taal uitgelegd.

Statistiek heeft de naam koud te zijn. Formules, toetsen, tabellen — iets voor mensen die er aanleg voor hebben. Ik geloof daar niets van. Statistiek gaat over verschil, en verschil voelen kon je al voordat je kon praten. Daar begint dit boek: eerst de spanning eruit, dan pas de stof erin.

De ruggengraat uit de titel is regressie: de beweging terug. Een wolk punten komt thuis op één lijn — het gemiddelde, maar dan overal net even anders. Elk hoofdstuk legt er een wervel bij. De ondertitel is de belofte: statistiek leren voelen, onderzoek leren lezen. Eerst voelen wat een gemiddelde, een verband, een model ís; daarna blijkt een resultatensectie gewoon leesbaar.

Dit boek groeit waar je bij staat, en dat is geen tekortkoming maar de bedoeling: het neemt onzekerheid en twijfel serieus, juist om contact te houden met de werkelijkheid. Dertien hoofdstukken staan er; sommige zijn uitgeschreven, andere nog schets. Onderaan elke bladzij kun je de werknotities openklappen — de aantekeningen bij de tekst: wat er nog op de werkbank ligt, en op de plekken waar ik twijfel of het al helder genoeg staat, een laag extra uitleg.

De wervels

Ze staan in volgorde, en die volgorde doet werk. Begin gewoon bij hoofdstuk 0 — ook als je al statistiek kent. Hieronder staat elk hoofdstuk met de statistiek er droog naast, zodat je in één blik ziet waar het over gaat: wie covariantie zoekt hoeft niet te weten dat het hoofdstuk Het rechthoekje heet. Klik je een hoofdstuk open, dan staan in de zijbalk de secties, elk met de termen die dáár aan bod komen.

regressie — Latijn regredi, teruggaan. Geen val, geen terugval; gewoon terug naar waar je begon. waar de woorden vandaan komen ›

Dank ›

Rechtsonder op elke pagina staat een knop ✎ toon werknotities — daarmee haal je de bouwtekening erbij: de aantekeningen, de open vragen, de keuzes die nog gemaakt worden.

Elk hoofdstuk opent met een verhaaltje. Die staan ook allemaal bij elkaar — met, per scène, waarom de dieren doen wat ze doen en welk begrip eronder ligt. Wie ze alleen wil lézen — of voorlezen — vindt ze zonder aantekeningen.

De oefenboeken

Statistiek leren doen, en opschrijven wat je vond

Hier gaan je handen op de knoppen. Elk hoofdstuk hierboven heeft een broertje: dezelfde stof, dezelfde volgorde, dezelfde nummers — maar nu draai je het zelf, in het gereedschap dat jij gebruikt. Je schudt de data los om te zien wat toeval alleen al kan, en bij elk hoofdstuk kun je de dataset downloaden.

Het R-oefenboek → R

De doe-stof in R — je draait de code zelf, inclusief de schud-simulaties in een paar regels. Alle hoofdstukken (0 t/m 12), elk in vier treden (prikkel → speel → schud → snap), met échte data uit mens en natuur (pinguïns, de Titanic, de Big Five, luchtkwaliteit). Elk hoofdstuk sluit met een eindopdracht en een rapportage-oefening. Voorlopige preview — de teksten krijgen nog hun stem-pas.

Het JASP-oefenboek → JASP

Dezelfde stof in JASP — klikpaden in plaats van code, met de schud-speeltjes in de browser. Zelfde opbouw, zelfde data, zelfde eindopdrachten.

Het SPSS-oefenboek → SPSS

Dezelfde stof in SPSS — via de Analyze-menu’s, met de schud-speeltjes in de browser.

Er zijn ook oefenboeken die niet met dit boek meelopen: op maat voor een opleiding — zoals het GGZ-VS/JASP-werkboek, waarin je onderzoek van anderen leert lézen en beoordelen — en voor losse vakken. Die staan bij elkaar op de bladzij oefenboeken.